tips EV exposure belichting

- EV exposure -belichting

 Men kan het behalen van een juiste belichting vergelijken met het vullen van een emmer met water, inderdaad, om deze vol te krijgen moeten we steeds met een constante hoeveelheid water vullen, dit met een kortere of langere tijd, volgens het waterdebiet, hoe hoger het debiet, hoe korter de tijd en omgekeerd. Met een emmer leert men vlugger, desnoods ten koste van natte voeten.
Hier stopt wel het vergelijken, het is zeker niet aan te raden een toestel vol water te gieten, we kunnen ook natte voeten bereiken ,maar zeker geen juiste belichting.
 
De lichtmeting in een toestel bepaalt een koppel tijd en opening die een juiste inval van licht op de sensor, zoals vroeger op de film verzekeren . Deze blijft voor éénzelfde onderwerp een constante (volle emmer). 
 
 
MET A opening keuze bepaald door de fotograaf ,past het toestel de sluitertijd nodig om deze constante (volle emmer ) te bereiken aan.
 
MET S sluitertijd keuze  opnieuw uitgekozen door de fotograaf, past het toestel de opening om deze constante(terug onze volle emmer ) te bereiken ook aan.
 
Op de bovenstaande schalen vinden we de meest gebruikte snelheden en tegelijk de passende openingen die deze constante verzekeren (hier gegarandeerd de juiste ev steeds de volle emmer )
bv:1/2000 f/1,4 zal een zelfde belichting verzekeren als 1/125  f5,8 en ook 1/4  f/32
welke ook de gebruikte lens (of positie van zoom) is (steeds een volle emmer )
 
Inderdaad, een effen onderwerp, effen verlicht zal dezelfde meting als resultaat hebben welke ook de gebruikte lens is, met een gevarieerd onderwerp zou de uitsnit de meting beïnvloeden.
Deze meting gebeurt reflecterend en zo kan de lens geen enkele invloed hebben.
 
Men is soms misleid met een zoomlens, omdat er meestal een andere maximale opening mogelijk is volgens de gebruikte brandpuntafstand (deze waarden zijn steeds aangeduid op de rand van de frontlens).
Misleidend!  Omdat men onbewust van de maximale groothoek openingwaarde  naar de maximale tele-opening waarde kan "zoomen" en foutief denken dat het licht veranderd is, maar het is het bewijs van verlies van licht in de lens, de meting op het onderwerp blijft dezelfde constante eisen (onze volle emmer ).
 
Deze bevindingen zijn geldig voor ieder koppel dat we hierboven terugvinden.
 
Deze twee keuzes, a of s zullen één dezelfde belichting constante blijven hebben(steeds onze volle emmer).
Het gebruiken van een andere ISO waarde zal deze wijzigen!
Een dubbele ISO waarde zal ons, indien gewenst, één opening of sluitertijd waarde laten winnen of verliezen en zo een invloed hebben op de finale beeldvorming.
 
Hopelijk kunnen we verder, zonder natte voeten.
Hoe berekenbaar fotografie is of kan zijn, men kan anders de zaken aanpakken.
 
Laat water maar vloeien!
 
Sluitertijd : S keuze
Met auto of programm zal het toestel een sluitertijd kiezen, die een mogelijke, uit de hand , correcte onbewogen opname zal toelaten (meestal1/60 of korter).
Bij auto (soms met hulp van een ingebouwde invulflits),
bij programm  zal hij de invulflits zeker niet gebruiken, meer zelfs uitschakelen.

 
Hier komen we aan de tweede keuze van de fotograaf, eerst wat het onderwerp is, 
ten tweede hoe we dit onderwerp willen weergeven:
 
bevroren of een beeld in beweging.